#1AI Growth TestWebsites
Een CMS lost een probleem op dat allang niet meer bestaat
Je wilde een rekenmodel op je productpagina en je CMS kende er geen. Die grens was ooit de prijs van het gemak. Het gemak is nu ergens anders te krijgen.
In dit stuk9 stukken, 8 minuten
WordPress won omdat je geen developer meer nodig hadDe ruil die we op een gegeven moment niet meer zagenWat het je ondertussen wel kostEén cijfer dat wij zelf verkeerd haddenDe developer die er altijd isWat er dan voor in de plaats komtWat er kan wat eerst niet konEn nu de eerlijke kantWaar het op neerkomtAuteurs: Djahed Atayi, thought leader in commerciële AI-transformatie, en Robert van Geenhuizen, thought leader in thought leadership.
Je wilde een rekenmodel op je productpagina. Iets waarin iemand zijn eigen cijfers invult en ziet wat het hem kost.
Dat kon niet. Je CMS kent geen rekenmodel.
Dus ging je een plugin zoeken. Of je liet het idee vallen. Meestal liet je het vallen.
Dat is niet omdat je te weinig budget had, en ook niet omdat je bureau niet deugde. Het is het systeem dat je ooit koos, en dat deed precies waar het voor gemaakt was.
Wij zagen dezelfde grens jarenlang van de andere kant. We leverden een pagina en dan kwam het: mooi, maar hoe krijgen we het in ons CMS? "En liepen we altijd weer tegen de beperkingen aan van het CMS-thema", zei Robert daarover in de uitzending.
Tot we de vraag hebben omgedraaid. Waarom zit dat CMS er nog tussen?
WordPress won omdat je geen developer meer nodig had
Eerst even eerlijk zijn over waar we vandaan komen. Wij hebben zelf jarenlang websites op WordPress en Webflow gebouwd, omdat er niets beters was.
Robert hoort daar zelf bij: "Ik moet ook eerlijk zeggen, ik heb het meeste ook met WordPress gewerkt vergeleken met Webflow en al die andere tools. Juist omdat het zo laagdrempelig is om te begrijpen."
Dat WordPress won had een praktische reden. "WordPress gaf mij het vermogen om zelf een website te bouwen zonder dat ik developer moest zijn", zei Robert erover, "en wat ik in mijn hoofd had kon ik maken en kon ik ook beheren." En dat gold ook voor de klant, zei Robert: "dat was voor klanten ook fijn, want zij konden daar ook mee leren".
Robert vertelde erbij hoe dat bij Twinfield ging, waar ze er eerder voor kozen dan de meeste bedrijven. De reden was The Voice of Holland. Het contentapparaat eromheen, niet de uitzending zelf, draaide volledig op WordPress. Die keuze had een heel praktische reden: andere systemen waren niet uit te leggen aan een legertje studenten dat de content moest invoeren. WordPress wel.
Daar was een CMS voor gemaakt. En het werkte.
Robert noemde de reden dat het bestaat: "Het is gewoon niet voor iedereen haalbaar om een website te runnen als je niet al die mensen hebt."
De ruil die we op een gegeven moment niet meer zagen
Alleen zit er een tweede helft aan die deal, en die is nooit hardop uitgesproken.
Een CMS neemt de plek van de developer in en zet daar een thema voor in de plaats, de mal waarin al je pagina's worden gegoten. Je hoeft niemand meer in te huren. In ruil daarvoor kun je alleen nog maken wat die mal toestaat.
Jarenlang was dat een koopje. Tel maar op wie je anders nodig had om één website te runnen: een schrijver, iemand die technisch is, iemand die vormgeeft. Allemaal knappe koppen, en allemaal op de loonlijst. Daar hadden de meeste bedrijven het geld niet voor. Een thema kostte je alleen de dingen die je toch niet ging maken.
Daar komt dat rekenmodel vandaan. En de tabel die je wilde sorteren, en het formulier dat meer moest doen dan velden verzamelen. Elke keer liep je tegen de beperkingen van dat thema aan, en elke keer dacht je dat het aan die ene wens lag.
Een CMS ruilt de developer in voor een thema. Die ruil was een koopje zolang een developer geld kostte.

Wat het je ondertussen wel kost
Er is nog een kant die iedereen kent en niemand opschrijft.
Robert telde op wat je toen moest doen. "Je moest technisch zijn om eerst een servertje op te zetten", zei hij. "Dan moest je allerlei soorten technische dingen doen om überhaupt WordPress geïnstalleerd te krijgen." Daarna kwam de rest: "En dan had je WordPress en dan was je er nog niet. Was net een kale Windows-installatie, want dan moeten alle applicaties er nog op."
Daarna kwamen de updates. Wij hebben klanten geadviseerd om maar niet te updaten. Dat was de veiligste van twee slechte opties, want updaten betekende afwachten of er iets brak. "Want er draaide weer een plugin die outdated was of wat dan ook", zoals Robert het zei. Dat gebeurde regelmatig.
Dat gevoel is inmiddels een cijfer. Patchstack telde over 2025 in totaal 11.334 nieuwe kwetsbaarheden in het WordPress-ecosysteem, 42 procent meer dan het jaar ervoor. Daarvan zat 91 procent in plugins en 9 procent in thema's. In WordPress zelf zaten er zes, allemaal klein.
WordPress is dus bijna schoon. Het probleem zit in de laag die je er zelf omheen hebt moeten bouwen om je website te laten doen wat je wilde.
Dat die 91 procent daar zit is geen toeval. Een plugin installeer je omdat je iets wilt wat je thema niet kan. Een formulier dat meer doet dan velden verzamelen. Een tabel die je kunt sorteren. Een rekenmodel. Elke wens werd een extra stuk software van een onbekende maker, met een eigen updateritme en een eigen beveiligingsgeschiedenis.

Dat afwachten was ook geen overdreven angst. De mediane tijd tot het eerste misbruik van een zwaar lek is vijf uur. Bij 46 procent van de kwetsbaarheden was er nog geen update die het gat dichtte toen het openbaar werd. En standaard hostingbeveiliging hield in de test van Patchstack 26 procent van de aanvallen tegen. De rest kwam binnen.
Zit je op Webflow, dan ken je die plugin-ellende niet. Je kent wel dezelfde grens: wat de editor niet kan, komt er niet in.
Je koos ooit voor een CMS om geen developer nodig te hebben. Je hebt er een beheertaak voor teruggekregen.
Eén cijfer dat wij zelf verkeerd hadden
In de uitzending viel het getal dat iedereen kent: tachtig procent van het internet zou op WordPress draaien. Dat klopt niet. Het cijfer gaat al jaren rond zonder dat iemand het nakijkt.
W3Techs meet op 11 september 2026 dat WordPress op 40,3 procent van alle websites draait. Van de sites waarvan bekend is welk CMS eronder zit, is het 58,8 procent. Dat tweede getal is waar die 80 procent vandaan komt, opgerekt tot het mooier klonk.
Voor het verhaal maakt het niets uit. Vier op de tien websites, dat is nog steeds enorm.
De developer die er altijd is
Hier rust het hele verhaal op, dus dat verdient meer dan één zin.
Een taalmodel is geen developer. Het heeft geen oordeel over jouw bedrijf, het weet niet wat je vorig kwartaal hebt geleerd, en het bouwt met alle plezier iets wat nergens op slaat als je daarom vraagt. Maar het schrijft wel werkende HTML, CSS en JavaScript. Het doet dat in seconden. En het doet het bij de vijftigste pagina net zo goed als bij de eerste.
Dat is exact het deel van het werk waarvoor je iemand moest inhuren: het maken.
Het bedenken blijft van jou. Wat er moet staan, voor wie, en waarom het klopt, dat kan een model niet uit zichzelf weten. Daarom staat of valt het met de laag eronder.
Wat er dan voor in de plaats komt
Dit is geen oude website met het CMS eruit gesloopt.
De site bestaat uit gewone HTML, de taal waar elke webpagina uit is opgebouwd, zonder een stapel software eromheen. Daaronder zit een contextlaag. "Het brain noemen wij dat ook intern hier en met klanten", zei Robert.
Wat daarin staat is niet spannend, het is gewoon veel werk. De pijnen van je doelgroep. Je productinformatie. Je merkidentiteit in een vorm die een machine kan lezen, want anders komt er geen ontwerp uit dat van jou is. En het is geen archief dat je één keer vult. "Alle klantgesprekken bij ons worden opgenomen", zei hij, "die worden elke dag op de juiste plek gezet bij de klant." Komt een klantpijn terug die net anders is geformuleerd, dan gaat dat er zo weer in.
Aanpassen gaat via een chatvenster. "Daarin brengen we alle changes aan die een klant vraagt", legde Robert uit. Je zegt wat er moet veranderen, het systeem maakt een tweede versie van die pagina, laat hem zien en vraagt of hij live mag. Pas als een mens ja zegt gaat hij naar de plek waar elke versie bewaard blijft, en vandaar naar de hostingpartij. "Er zit gewoon een dubbele check tussenin", zei Robert.
Kijker Elvin vroeg hoe dit schaalt. We hebben zijn vraag voorgelezen omdat hij niet in beeld stond: "Hoe hou je het beheersbaar als je verschillende klanten moet managen? Elke content is een nieuwe site deploy."
Klanten krijgen zelf toegang. "Klanten kunnen het ook gewoon zelf", zei Robert. "Die kunnen gewoon net als bij een website een login eigenlijk krijgen." Ze werken dan binnen de regels die vooraf samen zijn vastgelegd. En het systeem ruimt zichzelf op: oude versies en pagina's waar niets meer naar verwijst haalt het weg, uit zichzelf.
We doen dit nu bij vijf of zes klanten. En bij onszelf: onze eigen site telt bijna dertig pagina's en draait erop.
Wat er kan wat eerst niet kon
Dit is het deel dat ons zelf verraste.
Weet je nog waar die plugins vandaan kwamen? Diezelfde drie wensen kunnen nu gewoon. Een tabel die je kunt sorteren. Een zelftest waar iemand zijn eigen situatie invult en een uitkomst terugkrijgt. Een rekenmodel met een schuifbalk, waarin iemand zijn eigen bedragen invult en ziet wat er verandert. Eén daarvan staat al online, gemaakt voor een klant, om te laten zien wat slijtage werkelijk kost.
"Daar heb je plugins voor nodig om een beetje leuk te laten werken", zei Robert over zo'n tabel. Nu niet meer. Bij een blog dat hij liet zien stelde het systeem uit zichzelf voor om de tabel sorteerbaar te maken.

Het werk duurt ongeveer even lang. Er komt alleen iets anders uit. "Je ziet dat je een site rijker kan maken, storytelling kunt doen op een manier die gewoon niet mogelijk is met CMS-systemen", zei hij.
Neem een testimonial. Je hebt een video opgenomen en getranscribeerd, en dan begint het werk pas: waar zet je hem neer, hoe schrijf je hem uit, hoe koppel je hem aan je dienstverlening en aan de pijn van je doelgroep. Dat vraagt iemand die alle pagina's kent, iemand die vormgeeft, en daarna nog een ronde feedback.
Nu kent het systeem die pagina's en die context al. Het komt met een voorstel: op deze pagina alleen de tekst, op die pagina met een foto, op die pagina een kort videofragment, en het logo erbij. Wat drie of vier stappen waren met een afstemmoment ertussen, gebeurt in één keer.
Hetzelfde geldt voor een blog: je spreekt onderweg iets in en tien minuten later staat er een concept klaar. Datzelfde systeem maakt ook een voorstel van drieënveertig pagina's. Robert liet zien hoe dat ging. "Het enige wat ik heb hoeven doen is op het eind nog twee foto's aan hem geven", zei hij, zonder de afmetingen aan te passen. Daarna is er een fotodatabase gemaakt, dus die stap is er nu ook uit. Daar schrijven we apart over.
En nu de eerlijke kant
De eerste keer is het meeste werk. Het rolt er niet uit na één opdracht. Het zware zit in de opzet: de contextlaag, de merkidentiteit, de kaders. Daarna wordt het licht. Maar daarvoor niet.
Je ruilt de ene afhankelijkheid in voor de andere. Weg is een markt met duizenden plugins van honderden makers. Terug krijg je een AI-leverancier, een hostingpartij, één plek waar je code staat, en voorlopig een bureau dat het heeft opgezet. Minder rommel, meer concentratie. Of dat een betere ruil is hangt af van wat je meekrijgt als je weg wilt. Bij ons is de site gewone HTML in een archief dat van de klant is, dus bij een ander bureau gaat alles mee. Vraag dat na bij iedereen die je dit aanbiedt.
Er zijn drie smaken. Wij werken in de meest uitgeklede variant, waarbij de website rechtstreeks uit die contextlaag komt. Variant twee koppelt diezelfde contextlaag aan je bestaande CMS, en dat is wat de meeste mensen bedoelen als ze zeggen dat ze hun CMS met AI verbonden hebben. "WordPress heeft een MCP uitgebracht, dus je kan lekker zo op die manier praten", zei Robert. Alleen zit daar een grens aan: "AI gaat zich dan conformeren aan wat Elementor en WordPress toelaat. Hij heeft niet de vrijheid en ruimte om tools te bouwen, calculators te bouwen en dat soort zaken." Variant drie is wachten tot je CMS-leverancier dit zelf gaat bouwen. Die drie worden vaak door elkaar gehaald, ook door leveranciers.

Voor een webshop blijft een CMS logisch. "Als we hem afkaderen naar B2B, dan heb je eigenlijk helemaal geen CMS meer nodig, durf ik wel te zeggen", zei Robert. Dat afkaderen is het punt: dit gaat over B2B, en vooral over kennis delen.
Moet een hele redactie erin werken, dan zet je er een tussenlaag voor. Een systeem waarin alleen teksten worden beheerd, zonder eigen website eromheen. De contextlaag blijft eronder liggen en de rest verandert niet.
En wij hebben nog niets gemeten. Of dit meer verkeer of meer leads oplevert weten we niet. Wat eruit komt is schone HTML zonder een laag plugins eromheen. Wat dat doet met snelheid en vindbaarheid gaan we meten en publiceren.
Welke smaak past bij jou?
Vier vragen over je eigen site. De uitkomst verschijnt zodra je ze alle vier hebt beantwoord. Er wordt niets verstuurd en er wordt niets opgeslagen.
Nog even. Beantwoord alle vier de vragen.
Waar het op neerkomt
Vroeger maakte je wat technisch mogelijk was, en daar conformeerde je je aan. Robert zei het in de uitzending zo: "Wat technisch mogelijk was, was niet wat de prospect of de klant altijd nodig heeft."
Dat compromis gaat eruit. Uitvoeren is het probleem niet meer. Bedenken wel.

Kan dat CMS de prullenbak in, en kan AI het werk overnemen? Ons antwoord is volmondig ja, en de eerste praktijkcases draaien al. Waaronder onze eigen website. Wij verwachten een sterke krimp van CMS-systemen zoals we ze kennen.
Niet omdat WordPress slecht is. Omdat het een probleem oploste dat je niet meer hebt.
Hoe die site er dan van binnen uitziet, met de onderdelen erbij en de volgorde waarin je ze neerzet, hebben we apart uitgeschreven: zo bouw je een AI-first website zonder CMS.
De aflevering
Dankzij AI hebben we geen CMS meer nodig!?
De hele uitzending terugkijken, met de architectuur op het scherm en de vragen uit de chat. Je hoeft niets te accepteren om dit te lezen: de speler laadt pas als je op afspelen klikt.
Onderdeel van de serie
AI Growth Test
Wat werkt echt met AI voor marketing en sales, wat zorgt voor groei en wat niet. We halen de bullshit eruit zodat jij dat niet meer hoeft te doen. Elke week live op LinkedIn.


Geschreven door
Robert van Geenhuizen en Djahed Atayi
Wij bouwen websites zonder CMS voor onze klanten en voor onszelf, en in De AI Growth Test laten we elke week zien wat daarvan werkt en wat niet.
Verder lezen

We lieten AI de website bouwen: 62 tegen 100 in Google PageSpeed
Dezelfde nacht, hetzelfde meetinstrument van Google. Dit is wat een mens niet volhoudt en een systeem wel.
Lees dit stuk →
Zo bouw je een AI-first website zonder CMS
Ons ranglijstrapport telt vijftig profielen, sorteerbare lijsten en grafieken, op één pagina. Dit is de architectuur eronder, met de onderdelenlijst en de volgorde.
Lees dit stuk →AI & transformatie
Vijf lagen op een bron, zodat je niet sneller werkt maar sneller leert.
Bekijk AI & transformatie →Dit stuk is een hoofdstuk uit een groter verhaal.
Van Market Player naar Market Maker staat gratis online, van de eerste tot de laatste stap.
