#1AI Growth TestWebsites
Een CMS lost een probleem op dat allang niet meer bestaat
Je wilde een rekenmodel op je productpagina en je CMS kende er geen. Die grens was ooit de prijs van het gemak. Het gemak is nu ergens anders te krijgen.
In dit stuk9 stukken, 8 minuten
WordPress won omdat je geen developer meer nodig hadDe ruil die we op een gegeven moment niet meer zagenWat het je ondertussen wel kostEén cijfer dat wij zelf verkeerd haddenDe developer die er altijd isWat er dan voor in de plaats komtWat er kan wat eerst niet konEn nu de eerlijke kantWaar het op neerkomtAuteurs: Djahed Atayi, thought leader in commerciële AI-transformatie, en Robert van Geenhuizen, thought leader in thought leadership.
Je wilde een rekenmodel op je productpagina. Iets waarin iemand zijn eigen cijfers invult en ziet wat het hem kost.
Dat kon niet. Je CMS kent geen rekenmodel.
Dus ging je een plugin zoeken. Of je liet het idee vallen. Meestal liet je het vallen.
Dat is niet omdat je te weinig budget had, en ook niet omdat je bureau niet deugde. Het is het systeem dat je ooit koos, en dat deed precies waar het voor gemaakt was.
Wij zagen dezelfde grens jarenlang van de andere kant. We leverden een pagina en dan kwam het: mooi, maar hoe krijgen we het in ons CMS? Elke keer opnieuw.
Tot we de vraag hebben omgedraaid. Waarom zit dat CMS er nog tussen?
WordPress won omdat je geen developer meer nodig had
Eerst even eerlijk zijn over waar we vandaan komen. Wij hebben zelf jarenlang websites op WordPress en Webflow gebouwd, omdat er niets beters was.
En het won om een goede reden. Je hoefde geen developer te zijn. Wat je in je hoofd had kon je zelf maken, zelf beheren, en daarna overdragen aan iemand anders. Bij Twinfield kozen we er eerder voor dan de meeste bedrijven, en de reden was The Voice of Holland. Het contentapparaat eromheen, niet de uitzending zelf, draaide volledig op WordPress. Die keuze had een heel praktische reden: andere systemen waren niet uit te leggen aan een legertje studenten dat de content moest invoeren. WordPress wel.
Daar was een CMS voor gemaakt. En het werkte.
De ruil die we op een gegeven moment niet meer zagen
Alleen zit er een tweede helft aan die deal, en die is nooit hardop uitgesproken.
Een CMS neemt de plek van de developer in en zet daar een thema voor in de plaats, de mal waarin al je pagina's worden gegoten. Je hoeft niemand meer in te huren. In ruil daarvoor kun je alleen nog maken wat die mal toestaat.
Jarenlang was dat een koopje. Tel maar op wie je anders nodig had om één website te runnen: een schrijver, iemand die technisch is, iemand die vormgeeft. Allemaal knappe koppen, en allemaal op de loonlijst. Daar hadden de meeste bedrijven het geld niet voor. Een thema kostte je alleen de dingen die je toch niet ging maken.
Daar komt dat rekenmodel vandaan. En de tabel die je wilde sorteren, en het formulier dat meer moest doen dan velden verzamelen. Elke keer liep je tegen de beperkingen van dat thema aan, en elke keer dacht je dat het aan die ene wens lag.
Een CMS ruilt de developer in voor een thema. Die ruil was een koopje zolang een developer geld kostte.

Wat het je ondertussen wel kost
Er is nog een kant die iedereen kent en niemand opschrijft.
Een verse WordPress-installatie is een kale installatie. Plugins, instellingen, koppelingen, en pas daarna kon je beginnen.
En dan de updates. Wij hebben klanten geadviseerd om maar niet te updaten. Dat was de veiligste van twee slechte opties, want updaten betekende afwachten of er iets brak. Dat gebeurde regelmatig.
Dat gevoel is inmiddels een cijfer. Patchstack telde over 2025 in totaal 11.334 nieuwe kwetsbaarheden in het WordPress-ecosysteem, 42 procent meer dan het jaar ervoor. Daarvan zat 91 procent in plugins en 9 procent in thema's. In WordPress zelf zaten er zes, allemaal klein.
WordPress is dus bijna schoon. Het probleem zit in de laag die je er zelf omheen hebt moeten bouwen om je website te laten doen wat je wilde.
Dat die 91 procent daar zit is geen toeval. Een plugin installeer je omdat je iets wilt wat je thema niet kan. Een formulier dat meer doet dan velden verzamelen. Een tabel die je kunt sorteren. Een rekenmodel. Elke wens werd een extra stuk software van een onbekende maker, met een eigen updateritme en een eigen beveiligingsgeschiedenis.

Dat afwachten was ook geen overdreven angst. De mediane tijd tot het eerste misbruik van een zwaar lek is vijf uur. Bij 46 procent van de kwetsbaarheden was er nog geen update die het gat dichtte toen het openbaar werd. En standaard hostingbeveiliging hield in de test van Patchstack 26 procent van de aanvallen tegen. De rest kwam binnen.
Zit je op Webflow, dan ken je die plugin-ellende niet. Je kent wel dezelfde grens: wat de editor niet kan, komt er niet in.
Je koos ooit voor een CMS om geen developer nodig te hebben. Je hebt er een beheertaak voor teruggekregen.
Eén cijfer dat wij zelf verkeerd hadden
In de uitzending zeiden we dat WordPress inmiddels op 80 procent van het internet draait. Dat klopt niet, en in een show die belooft de bullshit eruit te halen kunnen we dat niet laten staan.
W3Techs meet op 11 september 2026 dat WordPress op 40,3 procent van alle websites draait. Van de sites waarvan bekend is welk CMS eronder zit, is het 58,8 procent. Dat tweede getal is waar die 80 procent vandaan komt, opgerekt tot het mooier klonk.
Voor het verhaal maakt het niets uit. Vier op de tien websites, dat is nog steeds enorm. Maar het maakt wel uit of je ons op ons woord kunt geloven.
De developer die er altijd is
Hier rust het hele verhaal op, dus dat verdient meer dan één zin.
Een taalmodel is geen developer. Het heeft geen oordeel over jouw bedrijf, het weet niet wat je vorig kwartaal hebt geleerd, en en het bouwt met alle plezier iets wat nergens op slaat als je daarom vraagt. Maar het schrijft wel werkende HTML, CSS en JavaScript. Het doet dat in seconden. En het doet het bij de vijftigste pagina net zo goed als bij de eerste.
Dat is exact het deel van het werk waarvoor je iemand moest inhuren: het maken.
Het bedenken blijft van jou. Wat er moet staan, voor wie, en waarom het klopt, dat kan een model niet uit zichzelf weten. Daarom staat of valt het met de laag eronder.
Wat er dan voor in de plaats komt
Dit is geen oude website met het CMS eruit gesloopt.
De site bestaat uit gewone HTML, de taal waar elke webpagina uit is opgebouwd, zonder een stapel software eromheen. Daaronder zit een contextlaag. Wij noemen dat intern het brein.
Wat daarin staat is niet spannend, het is gewoon veel werk. De pijnen van je doelgroep. Je productinformatie. Je merkidentiteit in een vorm die een machine kan lezen, want anders komt er geen ontwerp uit dat van jou is. En het is geen archief dat je één keer vult: bij ons gaan opnames van klantgesprekken er elke dag in, zodat wat er staat klopt met wat er gezegd is. Zonder die laag werkt de rest niet.
Aanpassen gaat via een chatvenster. Je zegt wat er moet veranderen. Het systeem maakt een tweede versie van die pagina, laat hem zien, en vraagt of hij live mag. Pas als een mens ja zegt gaat hij naar de plek waar elke versie bewaard blijft, en vandaar naar de hostingpartij. Er zit dus altijd een dubbele check tussen.
Tijdens de uitzending stelde een kijker de goede vraag: hoe houd je dat werkbaar met meerdere klanten, als elke wijziging opnieuw de hele site live moet zetten? Klanten kunnen dezelfde toegang krijgen als ze vroeger een login voor hun CMS kregen, en werken dan binnen de regels die vooraf samen zijn vastgelegd. En het systeem ruimt zichzelf op: oude versies en pagina's waar niets meer naar verwijst haalt het weg, uit zichzelf.
We doen dit nu bij vijf of zes klanten. En bij onszelf: onze eigen site telt bijna dertig pagina's en draait erop.
Wat er kan wat eerst niet kon
Dit is het deel dat ons zelf verraste.
Weet je nog waar die plugins vandaan kwamen? Diezelfde drie wensen kunnen nu gewoon. Een tabel die je kunt sorteren. Een zelftest waar iemand zijn eigen situatie invult en een uitkomst terugkrijgt. Een rekenmodel met een schuifbalk, waarin iemand zijn eigen bedragen invult en ziet wat er verandert. Eén daarvan staat al online, gemaakt voor een klant, om te laten zien wat slijtage werkelijk kost.

Het werk duurt ongeveer even lang. Er komt alleen iets anders uit.
Neem een testimonial. Je hebt een video opgenomen en getranscribeerd, en dan begint het werk pas: waar zet je hem neer, hoe schrijf je hem uit, hoe koppel je hem aan je dienstverlening en aan de pijn van je doelgroep. Dat vraagt iemand die alle pagina's kent, iemand die vormgeeft, en daarna nog een ronde feedback.
Nu kent het systeem die pagina's en die context al. Het komt met een voorstel: op deze pagina alleen de tekst, op die pagina met een foto, op die pagina een kort videofragment, en het logo erbij. Wat drie of vier stappen waren met een afstemmoment ertussen, gebeurt in één keer.
Hetzelfde geldt voor een blog: je spreekt onderweg iets in en tien minuten later staat er een concept klaar. Daar schrijven we apart over.
En nu de eerlijke kant
Want hier moeten we ook wat zeggen, anders wordt dit een reclamefolder.
De eerste keer is het meeste werk. Het rolt er niet uit na één opdracht en die illusie willen we niet wekken. Het zware zit in de opzet: de contextlaag, de merkidentiteit, de kaders. Daarna wordt het licht. Maar daarvoor niet.
Je ruilt de ene afhankelijkheid in voor de andere. Weg is een markt met duizenden plugins van honderden makers. Terug krijg je een AI-leverancier, een hostingpartij, één plek waar je code staat, en voorlopig een bureau dat het heeft opgezet. Minder rommel, meer concentratie. Of dat een betere ruil is hangt af van wat je meekrijgt als je weg wilt. Bij ons is de site gewone HTML in een archief dat van de klant is, dus bij een ander bureau gaat alles mee. Vraag dat na bij iedereen die je dit aanbiedt.
Vandaag ben je voor een tekstwijziging meestal nog van ons afhankelijk. De eigen toegang bestaat en werkt, maar bij de meeste klanten zitten wij nog aan de knoppen. Voor iemand die nu zelf een tekst kan aanpassen is dat eerst een stap terug, en daar heeft het geen zin om omheen te praten.
Er zijn drie smaken. Wij werken in de meest uitgeklede variant, waarbij de website rechtstreeks uit die contextlaag komt. Variant twee koppelt diezelfde contextlaag aan je bestaande CMS, en dat is wat de meeste mensen bedoelen als ze zeggen dat ze hun CMS met AI verbonden hebben. Daar mag het systeem alleen bouwen wat het CMS al kent: geen eigen tools, geen rekenmodellen, geen rijke pagina's. Variant drie is wachten tot je CMS-leverancier dit zelf gaat bouwen. Die drie worden vaak door elkaar gehaald, ook door leveranciers.

Voor een webshop blijft een CMS logisch. We beperken dit tot B2B, en vooral tot kennis delen. Daar is het verschil tussen die varianten het grootst.
Moet een hele redactie erin werken, dan zet je er een tussenlaag voor. Een systeem waarin alleen teksten worden beheerd, zonder eigen website eromheen. De contextlaag blijft eronder liggen en de rest verandert niet.
En wij hebben nog niets gemeten. We kunnen je niet vertellen dat dit meer verkeer of meer leads oplevert, want daar hebben we geen cijfers over. Wat we wel weten: wat eruit komt is schone HTML zonder een laag plugins eromheen. Wat dat doet met snelheid en vindbaarheid gaan we meten en publiceren. Eerst meten, dan pas claimen. Dat is ook wat we van iedereen anders vragen.
Welke smaak past bij jou?
Vier vragen over je eigen site. De uitkomst verschijnt zodra je ze alle vier hebt beantwoord. Er wordt niets verstuurd en er wordt niets opgeslagen.
Nog even. Beantwoord alle vier de vragen.
Waar het op neerkomt
Vroeger maakte je wat technisch mogelijk was, en daar conformeerde je je aan. Elke website was een compromis tussen wat nodig was en wat het systeem toeliet.
Dat compromis gaat eruit. Uitvoeren is het probleem niet meer. Bedenken wel.

Kan dat CMS de prullenbak in, en kan AI het werk overnemen? Ons antwoord is volmondig ja, en de eerste praktijkcases draaien al. Waaronder onze eigen website. Wij verwachten een sterke krimp van CMS-systemen zoals we ze kennen.
Niet omdat WordPress slecht is. Omdat het een probleem oploste dat je niet meer hebt.
De AI Growth Test: wat werkt echt met AI voor marketing en sales, wat zorgt voor groei en wat niet. We halen de bullshit eruit zodat jij dat niet meer hoeft te doen.


Geschreven door
Djahed Atayi en Robert van Geenhuizen
Wij bouwen websites zonder CMS voor onze klanten en voor onszelf, en in De AI Growth Test laten we elke week zien wat daarvan werkt en wat niet.
Dit stuk is een hoofdstuk uit een groter verhaal.
Van Market Player naar Market Maker staat gratis online, van de eerste tot de laatste stap.
