#2Wie wint de marktBedrijfssoftware
Wint Visma de markt voor financiële mkb-software, of loopt het achter de feiten aan?
Vier merken worden er één, een startup van 6,6 miljoen pakt dezelfde belofte, en het echte werk gebeurt in een zijkamer waar bijna niemand naar kijkt.
In dit stuk11 stukken, 15 minuten
De duurste zin uit het hele berichtEven een gereedschap erbij, want anders praten we langs elkaarDe bodem onder de mkb-administratie, in vijf etappesWaar de bodem nu heen zaktBericht één: vier merken worden er éénBericht twee: een startup die alle drie tegelijk paktBericht drie: Visma bouwt de nieuwe bodem alZien en kunnen zijn twee verschillende dingenWie heeft er dan de beste kaarten?Wat je over twaalf maanden kunt aflezenEn als je nou geen 19 miljard waard bentEr kwamen drie berichten voorbij, binnen één week, die op het oog niets met elkaar te maken hebben.
Het eerste stond op LinkedIn. Michiel Chevalier kondigde aan dat WeFact, Yuki, Nmbrs en Visionplanner per 1 september samengaan onder één naam. Nmbrs. Eén team, 450 mensen, en hij gaat het leiden als Managing Director. Alle vier zijn ze onderdeel van Visma, het Noorse softwareconcern.
Het tweede stond in de krant. Een Amsterdams bedrijf dat Neno heet haalde 6,6 miljoen op bij investeerders uit New York. Opgericht door Nick Knuppe, oud-medewerker van Mollie. Ze willen boekhouding, belastingen, salarisadministratie en zakelijk bankieren samenbrengen in één AI-platform.
Het derde kwam ik bij toeval tegen, en het heeft nauwelijks aandacht gekregen. Visma bouwt zelf al ruim drie jaar aan iets dat PreCount heet. Een platform dat de boekhouding niet begint bij het bonnetje, maar bij de banktransactie.
En dan is er nog een vierde bericht, van eerder dit jaar, dat de andere drie pas verklaart.
In februari meldde de Financial Times dat Visma zijn beursgang in Londen uitstelde. Niet omdat er iets mis was met Visma. Wel omdat softwareaandelen wereldwijd hard onderuit gingen, uit zorg over wat AI met softwarebedrijven gaat doen. De notering schoof daarna nog verder door, naar 2027. Eigenaar Hg zit sinds 2006 in het bedrijf, toen het een paar honderd miljoen waard was. De laatste waardering ligt rond de 19 miljard euro.

Vier berichten. Eén verhaal.
En dat verhaal gaat over iets waar bijna niemand het over heeft, terwijl het bepaalt wie er over vijf jaar nog bestaat in deze markt.
De duurste zin uit het hele bericht
Ik heb de post van Michiel twee keer gelezen. De eerste keer als ondernemer, en dan raakt hij je. Hij schrijft dat hij ooit begon met een leeg Excel-bestand en het idee dat salarisadministratie eenvoudiger kon. Geen plan om marktleider te worden. Iedereen die ooit iets vanaf nul heeft gebouwd voelt precies wat daar staat.
De tweede keer las ik hem met een andere bril op. En toen viel me een zin op.
Wij laten werk nu daadwerkelijk verdwijnen.
Dat is een mooie belofte aan de klant. Het is ook de zin waarmee je je eigen omzetmodel opblaast.
Want het verdienmodel van vrijwel alle bedrijfssoftware in Nederland is hetzelfde: je betaalt per gebruiker per maand voor een systeem waarin iemand werk doet. Als dat werk verdwijnt, verdwijnt de gebruiker. En als de gebruiker verdwijnt, verdwijnt de factuur.
Dat is geen kritiek op Michiel. Hij heeft gelijk over waar het heen gaat, en hij zegt het eerlijker dan de meeste van zijn concurrenten. De vraag die me sindsdien bezighoudt is een andere.
Wat doe je als je dat weet, en je zit met een paar honderd overgenomen bedrijven, een private equity-eigenaar en een beursgang in de wachtkamer?
Even een gereedschap erbij, want anders praten we langs elkaar
Ik werk sinds een tijd met een manier van kijken die ik voor mezelf schaarstedenken noem. Het klinkt zwaarder dan het is.
Het idee: in elke markt is er één ding te weinig. Dat ene ding bepaalt wie er geld verdient. Iedereen bouwt eromheen, iedereen prijst ernaar, en niemand heeft het er expliciet over omdat het zo vanzelfsprekend voelt dat het onzichtbaar wordt. Noem het de bodem van de markt.
Bodems verplaatsen zich. Altijd. Er komt technologie, wetgeving of een gewoonteverandering, en wat schaars was wordt gewoon. Op dat moment zakt de bodem naar een laag eronder. En de partij die groot werd op de oude bodem staat opeens op iets dat niemand meer nodig heeft.
Ik gebruik daar een beeld voor dat uit de Oostenrijkse skidorpen komt.
Toen de sneeuw minder werd, kochten de meeste dorpen sneeuwkanonnen. Logisch, want het probleem was zichtbaar: er ligt te weinig sneeuw. De dorpen die het echt goed hebben gedaan investeerden in hoogte. Liften naar boven, pistes op grotere hoogte. Een sneeuwkanon bestrijdt het symptoom van dit seizoen. Hoogte is de enige plek waar over twintig jaar nog sneeuw ligt.
Sneeuwkanonnen zijn duur, zichtbaar, en ze voelen als actie. Hoogte is duurder, saaier, en het duurt jaren voor je er iets van merkt.

Bijna elke grote strategische zet die je ziet is er één van de twee. Met dat onderscheid in de hand worden die drie berichten opeens leesbaar.
De bodem onder de mkb-administratie, in vijf etappes
Even de tijdlijn langs. Kort, want het gaat om het patroon.
- Jaren negentig: het pakket zelfSoftware die kon boekhouden was er nauwelijks. Wie het had, had een voorsprong. De prijs zat op de licentie, want de licentie was het schaarse ding. Winnaars: Exact, AccountView en een lange staart.
- Jaren nul: bereikbaarheidDe administratie zat op één computer op één bureau. De cloud maakte dat overvloedig. Twinfield, Yuki en Nmbrs zijn kinderen van deze etappe. Erbij kunnen, met je accountant tegelijk, dat was het bijzondere.
- Jaren tien: de koppelingIedereen zat in de cloud, dus dat was geen argument meer. Je had vijf systemen die elkaars taal niet spraken. Wie de koppelingen bezat, bezat de markt. Hier werd Visma groot met kopen.
- Jaren twintig: handenKantoren konden de mensen niet krijgen. De hele accountancy zat vast op capaciteit, niet op techniek. Alles wat werk uit handen nam werd goud waard.
- Nu: de bewerking zelfAI maakt het uitvoeren overvloedig. Precies wat Michiel zegt: het werk kan verdwijnen.Je staat hier
Ik kwam er zelf bij in de tweede etappe, als creatief aanjager bij Twinfield. Ik heb van dichtbij gezien wat die verandering met een hele beroepsgroep deed. Niemand noemde het toen een verschuivende bodem. Het voelde gewoon als een nieuw product dat het beter deed.
Zie je wat er gebeurt? Vier keer op rij werd het schaarse ding gewoon, en zakte de bodem een laag. En vier keer op rij stond de winnaar van de vorige etappe op een positie die niemand meer nodig had.
Kodak wist als eerste van digitale fotografie. Ze hadden het patent. Dat heeft ze niet gered, en het is nooit gered door meer film te maken.
Waar de bodem nu heen zakt
Als het uitvoeren van het werk gratis wordt, wat blijft er dan over dat schaars is?
Drie dingen, denk ik.
Een AI die iets zinnigs mag doen met een administratie heeft het hele beeld nodig. Facturen, bank, loon, contracten, historie. Losse stukjes zijn waardeloos, want daar kan het model niets mee dat je vertrouwt.
Wie mag erbij. Geen technische vraag maar een juridische en een menselijke. Een ondernemer geeft één partij toegang tot alles wat er over zijn bedrijf te weten valt. Dat doet hij niet twee keer, en niet snel.
Wie tekent ervoor als het fout gaat. Doet de machine het werk, dan is de enige overgebleven schaarste de partij die het risico draagt. Dat is wat een accountantsverklaring altijd al was.

Samen vormen die drie de nieuwe bodem: één compleet dossier over jouw bedrijf, waar iemand toestemming voor heeft gegeven en iemand anders voor tekent.
Nu de drie berichten er langs.
Bericht één: vier merken worden er één
Waarom geef je vier merken op die allemaal een eigen naam en een eigen aanhang hebben?
Drie redenen, en ze staan alle drie in het bericht als je erop let.
De omzet per klant verdedigen. Als het werk per taak verdwijnt, kun je niet blijven factureren per gebruiker per taak. Dan moet je meer van de keten per klant bezitten, zodat de rekening totaal overeind blijft terwijl de prijs per handeling zakt. Vier merken naar één naam is daarom geen merkopruiming. Het is het verplaatsen van de rekeneenheid: van een module per gebruiker naar de administratie van dit bedrijf.
De contextlaag claimen. Facturatie, boekhouding, salaris en rapportage is samen bijna het volledige beeld van een mkb-bedrijf. Michiel zet het zelf keurig op een rij: WeFact in facturatie, Yuki in boekhouding, Nmbrs in salaris, Visionplanner in rapportage. Los is elk stuk vervangbaar door iets dat een handige bouwer in een half jaar namaakt. Samen is het een dossier dat je niet even nabouwt.
Het kanaal beschermen. De echte macht in deze markt ligt bij het accountantskantoor. Dat verzet honderd klanten tegelijk of geen enkele. Oprichters aanhouden als directeur is de goedkoopste manier om die relaties niet kwijt te raken tijdens een verbouwing. En het is oprecht ook nog aardig, dus niemand voelt het als tactiek.
Zo gelezen bouwen ze naar boven.
En dan is er nog de naam zelf, waar meer achter zit dan het lijkt.
Yuki is van de vier het bekendste merk. Breder in gebruik, dichter bij het dagelijkse werk van de accountant, en bij kantoren is het de naam die iedereen kent. Elke marketeer zou zeggen: dat is je paraplu.
Toch wordt het Nmbrs. Salaris.
Waarom? Omdat salaris de laatste knoop is die AI losmaakt.
Boekhouden en factureren zijn patroonwerk. Bonnetje herkennen, boeken, controleren, klaar. Dat is precies het soort werk dat als eerste goedkoop wordt. Salaris niet. Daar zitten cao's in, wetgeving die per jaar verandert, loonaangifte met een deadline, een werknemer die op de 25e zijn geld moet zien, en een werkgever die het zelf op zijn bord krijgt als het niet klopt. Het moet elke maand kloppen, en er moet iemand zijn die ervoor tekent.
Ze planten de vlag op het stuk van de keten dat het langst schaars blijft.
Dat is niet toevallig. Dat is iemand die het patroon ziet.
Maar er zit een kleine letter onder, en die staat in het tweede bericht.
Bericht twee: een startup die alle drie tegelijk pakt
Neno is begin dit jaar begonnen en heeft nu een kleine 200 klanten. Het geld komt van AlleyCorp uit New York, met Motive Partners en Firstminute Capital erbij. Het nieuws en de achtergrond bij Quote staan online.
Lees hun diagnose, en let op hoe bekend die klinkt.
Bankzaken, boekhouding, belastingen en salarisadministratie zijn versnipperd, zeggen ze, waardoor de ondernemer geen compleet beeld heeft van hoe zijn bedrijf ervoor staat. En daarbovenop is er een tekort aan accountants, waardoor het oude model waarin één accountant een beperkt aantal klanten bedient niet houdbaar is.

Dat is dezelfde diagnose als in de post van Michiel. Bijna woord voor woord. Twee aankondigingen in dezelfde week, twee keer hetzelfde probleem benoemd, en twee compleet verschillende startposities.
Alleen doen ze er iets anders mee.
Visma pakt vier bestaande producten en zet er één naam op. Neno bouwt vanaf nul één systeem waarin AI-agenten doorlopend transacties verwerken, rekeningen afletteren en zelfstandig boeken. Ze noemen dat een realtime agentic general ledger, wat een dure manier is om te zeggen: de boekhouding is niet iets dat je maandelijks bijwerkt, het is iets dat altijd al klaar is.
En dan komt het deel waar ik even van moest slikken.
Neno neemt de accountants zelf in dienst. Mensen met een verleden bij Deloitte, KPMG en BDO. En ze pakken het zakelijk bankieren erbij. Hun claim is dat één accountant bij hen honderden klanten kan bedienen in plaats van de traditionele dertig.
Kijk nog even naar de drie dingen die volgens mij de nieuwe bodem vormen. Het complete beeld. De toestemming. De handtekening.
Zij gaan voor alle drie tegelijk. En met het bankieren zitten ze dichter bij de bron dan een boekhoudpakket ooit komt.
Nu de nuance, want ik ga hier geen startup opblazen tot reus. Het is een eerste ronde van 6,6 miljoen tegenover een bedrijf van 19 miljard. Het zijn 200 klanten tegenover honderdduizenden. De claims over acht bespaarde uren per maand en twintig procent lagere kosten zijn hun eigen claims, niet gemeten door een derde. Honderden klanten per accountant klinkt prachtig tot de eerste keer dat het misgaat en iemand moet uitleggen wie er verantwoordelijk was. En in hun verhaal zie ik geen accountantskantoren staan, terwijl daar het volume zit.
Maar dat maakt het bericht niet minder belangrijk. Niet omdat Neno gaat winnen, wel omdat je hier in één week ziet wat het verschil is tussen een sneeuwkanon en hoogte.
Tenminste, dat dacht ik. Tot ik het derde bericht vond.
Bericht drie: Visma bouwt de nieuwe bodem al
Het heet PreCount, en het is geen startup. Het is Visma.
Het komt niet uit de hoek van Nmbrs of Yuki, maar uit eBanking binnen Visma Software, de tak die de bankintegraties doet voor AccountView. Roel van der Meulen begon er ruim drie jaar geleden aan, met de bedoeling om de bank niet langer het sluitstuk van de boekhouding te laten zijn maar het vertrekpunt. Hij noemt het de eerste bank-first pre-accounting oplossing, en zover ik kan overzien heeft hij daar gelijk in.
Wat het doet: transacties komen binnen vanaf de bank, AI zet ze om in journaalposten volgens de RGS-standaard, afwijkende transacties worden meteen gesignaleerd, en het controlespoor begint bij de banktransactie in plaats van bij het bonnetje. Het wordt in co-creatie gebouwd met een aantal Top 25-kantoren van Nederland en wordt daar de komende maanden uitgerold.
Lees dat nog eens naast wat Neno doet. Het is dezelfde zet.
Alleen op de andere helft van het veld. Neno bouwt de bank-first administratie en neemt de accountant zelf in dienst. PreCount bouwt de bank-first laag onder de administratie en verkoopt hem aan de kantoren. Dezelfde belofte, meer klanten per persoon en meer tijd voor advies, met een tegenovergestelde houding tegenover de beroepsgroep.
De een vervangt de capaciteit van het kantoor. De ander bewapent het kantoor.

En daarmee kan ik mijn eigen conclusie niet meer overeind houden. Ik dacht na bericht één dat Visma het wel zag maar niet kon bewegen. Dat klopt niet. Ze bewegen wel degelijk, ze doen het alleen in een aparte hoek, onder een aparte naam, met een apart team, en zonder dat het het hoofdverhaal van het concern is.
Wat me nu bezighoudt is dus een andere vraag dan waar ik mee begon.
Als je de bank-first laag al hebt gebouwd, waarom is dat dan niet het verhaal? Waarom gaat de aankondiging over vier merken die één naam krijgen, en niet over de laag waarop straks alles rust?
Twee mogelijke antwoorden, en ik weet oprecht niet welke het is.
Het eerste: PreCount is nog te vroeg. Het staat bij een handvol kantoren, het moet zich bewijzen, en je zet zoiets niet in de etalage voordat het werkt. Verstandig.
Het tweede is ongemakkelijker. PreCount komt uit de accountancy-tak en de vier merken komen uit de mkb-tak. Twee divisies, twee routes naar de klant, twee verhalen. En misschien wel twee ideeën over waar de bodem ligt.
Zien en kunnen zijn twee verschillende dingen
Dit is voor mij het echte inzicht uit deze drie berichten, en het gaat veel verder dan Visma.
Ik heb vierentwintig jaar bedrijven zien worstelen met verandering, en ik ben er lang van uitgegaan dat de verliezers het niet zagen aankomen. Dat klopt bijna nooit. Kodak zag het. De platenmaatschappijen zagen het. Elk fietsmerk dat is omgevallen wist heus wel wat er in Azië gebeurde.
Ze zagen het. Ze konden alleen niet bewegen.
Want zien schaalt met hoe scherp je denkt. En kunnen schaalt omgekeerd met wat je al bezit. Hoe meer klanten, contracten, mensen en lopende omzet, hoe smaller het gat tussen wat je weet en wat je mag doen. Precies de dingen die je groot maakten zijn de dingen die je vasthouden.
Hg en Visma zijn geen naïeve partijen. Dit is een van de scherpste softwarekopers van Europa, en PreCount bewijst dat de analyse binnen de muren allang is gemaakt. Maar de zet die bij die analyse hoort, het loslaten van de prijs per gebruiker, kost onmiddellijk omzet in exact het jaar waarin ze een notering willen. Je kunt geen bodem kopen in twaalf maanden. Je kunt wel herschikken wat je al hebt en er één naam op zetten, en ondertussen in een zijkamer het echte werk laten doen.
Dat is geen denkfout. Dat is klem zitten, en er verstandig mee omgaan.
Het is trouwens precies wat je zou moeten doen. Je zet het nieuwe ding buiten de bestaande winst-en-verliesrekening, zodat het niet hoeft te concurreren met de omzet die het op termijn gaat opeten. Clayton Christensen schreef er in de jaren negentig al over, en het werkt nog steeds. Het risico is even klassiek: een los team is ook een team dat je makkelijk laat verhongeren zodra de kwartaalcijfers tegenvallen.
En hier zit voor mij de zin die ik van deze hele analyse zal onthouden:
De vraag is nooit alleen of ze het zien. De vraag is wat het ze kost om erheen te bewegen.
Als dat bedrag hoger is dan wat ze dit jaar aan die markt verdienen, bewegen ze niet. Hoe scherp de analyse ook is. Dat is te schatten, en dus te toetsen, en dat maakt het bruikbaar in plaats van alleen interessant.
En technisch is dat bedrag hier fors. Vier codebases samenvoegen, waarvan één met loonverwerking eronder, schat ik op drie tot vijf jaar werk. Klanten in salaris verhuis je in de praktijk vrijwel alleen rond de jaarwisseling. Het merk is klaar op 1 september. Het platform niet.
Wat wel snel kan: één inlog, één factuur, één klantnummer. Dat is de dunne versie van de contextclaim. Genoeg om het verhaal te vertellen. Nog niet genoeg om de bodem te bezitten.
Wie heeft er dan de beste kaarten?
Vier partijen, op volgorde van hoe dicht ze bij de nieuwe bodem staan.
AFAS. Op papier de beste kaarten die er zijn. Eén product, één codebase, alles al bij elkaar, geen investeerder in de nek, geen venster waar ze doorheen moeten. Precies de drie beperkingen die Visma nu heeft, hebben zij niet. Waar Visma vier producten moet samenvoegen om überhaupt te mogen zeggen dat ze het hele beeld hebben, hebben zij dat al twintig jaar. Hun beperking zit elders: ze staan dichter bij de grotere mkb-onderneming en bij eigen implementatie, minder bij de tienduizenden kleine bedrijven die via hun accountant binnenkomen. En de echte vraag is of ze de beweging willen maken. Kunnen zonder willen levert net zo weinig op als zien zonder kunnen.
De geconsolideerde accountantsgroepen. Zij bezitten wat het schaarst wordt en wat niemand kan namaken: de handtekening, de aansprakelijkheid en de klantrelatie. Als het uitvoerende werk gratis wordt, blijft precies over waar zij voor bestaan. Software bouwen kunnen ze niet, maar er zit inmiddels privaat kapitaal in de sector en dus koopkracht. Het scenario dat een softwareleverancier het meest zou moeten vrezen is niet een startup. Het is één grote kantorengroep die zelf een platform koopt en zijn hele klantenbestand in één beslissing meeneemt. Geen migratie van tienduizend losse ondernemers. Eén handtekening.
De banken. Ze zitten bij de bron, ze hebben de identiteitscontrole, ze hebben de machinerie voor toestemming en een cultuur die om aansprakelijkheid heen is gebouwd. Op papier de sterkste positie voor de laag onder alles. In de praktijk het slechtste trackrecord. Traag en risicomijdend, en dit is niet de eerste keer dat er iets aan hun voeten ligt. Bovendien heeft PSD2 hun exclusiviteit deels weggegeven aan precies de partijen die er wel wat mee doen. PreCount en Neno bouwen allebei op bankdata die de banken verplicht moesten openstellen. Dat is de zeldzame situatie waarin een wet de bodem onder een markt verplaatst zonder dat iemand het zo bedoeld heeft.
De AI-native nieuwkomer. Geen vier codebases, geen migratie, geen jaarwisseling. Mijn eerste gedachte was: die heeft geen aansprakelijkheid en geen handtekening, dus die wordt uiteindelijk gekocht. Neno laat zien dat die gedachte te makkelijk was. Wie de accountants zelf in dienst neemt en het bankieren erbij pakt, koopt de handtekening gewoon in. Dan blijft alleen het kanaal over als bescherming, en een kanaal beschermt je maar zolang het jou trouwer is dan zijn eigen klant.
| Partij | Positie | Beweegt | Wat ze bezitten | Wat er ontbreekt |
|---|---|---|---|---|
| AFASEén product, één codebase | Sterk | Laag | Alles al bij elkaar, geen investeerder in de nek, geen venster waar ze doorheen moeten | Staat dichter bij de grotere mkb-onderneming dan bij de kleine bedrijven die via hun accountant binnenkomen |
| AccountantsgroepenGeconsolideerd, met privaat kapitaal | Goed | Laag | De handtekening, de aansprakelijkheid en de klantrelatie. Inmiddels ook koopkracht | Kunnen zelf geen software bouwen, en zien de positie nog niet |
| De bankenBij de bron van de transactie | Op papier sterk | Laag | Identiteitscontrole, de machinerie voor toestemming, een cultuur om aansprakelijkheid heen | Traag en risicomijdend. PSD2 gaf hun exclusiviteit deels weg aan partijen die er wel iets mee doen |
| AI-native nieuwkomerGeen erfenis, geen migratie | Klein | Hoog | Geen vier codebases, geen jaarwisseling, en met accountants in dienst koop je de handtekening gewoon in | Alleen het kanaal beschermt nog, en dat beschermt zolang het jou trouwer is dan zijn eigen klant |
Mijn inschatting: AFAS heeft de beste kaarten maar speelt ze mogelijk niet uit. De accountantsgroepen hebben de beste positie maar zien hem nog niet. Zien en kunnen vallen zelden in dezelfde partij, en dat is precies waarom er per etappe een andere winnaar op het podium staat.
Wat je over twaalf maanden kunt aflezen
Ik heb een hekel aan analyses die niet fout kunnen zijn. Dus hier is waar ik het aan af ga meten. Vijf dingen, allemaal publiek zichtbaar in 2027.
Als de eerste drie antwoorden nee zijn, was dit een merkbeslissing met een bundel eromheen. Dat is dan geen schande, en misschien was het zelfs het enige dat kon. Maar het is geen nieuwe bodem.
En in jouw markt?
Drie vragen. Geen mailadres, geen uitslag in je inbox, niets verlaat je browser. Ze komen uit dezelfde drie assen als hierboven: wat je bezit, wat er schaars wordt, en wat de verhuizing kost.
En als je nou geen 19 miljard waard bent
Ik schrijf dit niet om een miljardenbedrijf de maat te nemen. Michiel bouwt al jaren iets bijzonders en hij verdient de stap die hij nu zet. En de mensen achter PreCount zijn precies het soort mensen dat je in zo'n concern nodig hebt.
Ik schrijf het omdat de meeste ondernemers de verkeerde les uit dit soort nieuws halen. De reflex is: kijk, consolidatie, ik moet ook groter worden. Terwijl de bruikbare les de andere kant op wijst.
Groot zijn is in deze etappe een handicap. Alles wat je bezit is iets dat je moet verdedigen, en verdedigen kost het geld dat je nodig hebt om te bewegen. Klein zijn betekent dat je naar de nieuwe bodem kunt lopen terwijl de grote partijen nog aan het uitrekenen zijn wat de verhuizing kost.
Dus de vraag die ik zou stellen als ik in jouw markt zat, is niet wat de grote spelers doen.
De vraag is: wat is er in mijn markt straks nog schaars als de machine het werk doet? En sta ik daar, of sta ik op de plek waar het werk vroeger zat?
Voor de meeste markten is het antwoord op de eerste vraag hetzelfde als hier. Niet de handeling. Het overzicht, de toestemming en de handtekening. De vraag wie bepaalt wanneer iets klopt.
Dat is nooit een technologische vraag. Het is de vraag wie de markt gelooft.
En dat is nog steeds te winnen, ook zonder 450 mensen.
Wat wordt er in jouw markt schaars als de machine het werk doet? Ik ben benieuwd of dit patroon daar ook opgaat.
Bronnen
De bundeling van WeFact, Yuki, Nmbrs en Visionplanner staat beschreven bij Accountancy Vanmorgen, met Michiel Chevalier bij naam en de datum van 1 september. De ronde van Neno staat er ook, en Quote heeft de achtergrond bij Nick Knuppe. Het uitstel van de beursgang, met de 19 miljard en het belang van Hg, is hier na te lezen zonder betaalmuur. PreCount beschrijft zichzelf als bank-first pre-accounting platform en staat ook op de pagina van Visma Software B.V. De waardering van 19 miljard komt uit het persbericht van Visma bij de transactie waarin Hg nieuwe investeerders aantrok.
Eigen schaarste-scan op de Nederlandse markt voor mkb-bedrijfssoftware, augustus 2026. De vijf toetsen hierboven liggen vast en worden in de tweede helft van 2027 nagekeken.
Geschreven door
Robert van Geenhuizen
Ik kijk naar markten met één vraag: waar is er te weinig van, en wie verdient daaraan. In deze serie leg ik elke keer een andere markt onder de loep.
Dit stuk is een hoofdstuk uit een groter verhaal.
Van Market Player naar Market Maker staat gratis online, van de eerste tot de laatste stap.
