Plan een gesprek
Selected work
WerkMarket MakingDiensten & productenInsightsHet boekOver ons Plan een gesprek
Alle insights

#1Het vakThought leadership

Dit is wat thought leadership werkelijk is, en waarom het nu de sterkste vorm van marketing is

Vertellen anderen jouw idee door als jij er niet bij bent? Dat is de hele toets. En het is precies de plek waar AI nu het onderscheid wegneemt.

Robert van Geenhuizen18 minuten lezen
Thought leadershipAIHet vak
In dit stuk21 stukken, 18 minutenEén vraag, en je weet waar je staatWat er vandaag op pagina één van Google staatHet woord zegt zelf wat het betekentDe handelaar op het plein, en wie de openingstijden bepaaltDe drie niveaus van thought leadershipDoe de test: op welk niveau werk jij vandaagHoe komen jouw klanten eigenlijk binnen?Wat het dus niet isWaar het niveau van de expert ophoudtWat AI met het aanbod doetWat AI met de vraagkant doetWaarom dit de sterkste vorm van marketing isAcht soorten spelregels, en je hebt er maar één nodigVier mensen die het hebben gedaanEn dichter bij huisWat ze precies hebben achtergelatenHoe je ziet of het werktHoe je eraan begintHoe lang dit duurtVragen die hierover binnenkomenWat dit voor jou betekent

Je schreef iets waar je trots op was. Het werd gelezen, een paar mensen reageerden, iemand appte je erover. Twee weken later was het weg.

Dat ligt niet aan het stuk. Dat komt doordat jij de enige was die het deelde.

En daar zit de vraag waarmee je ziet waar je staat. Vertellen anderen jouw idee door als jij er niet bij bent?

Vraag aan Google wat thought leadership is en je krijgt vijf keer bijna hetzelfde antwoord terug. Je positioneert jezelf als kennisleider in je vakgebied. Dat klopt ook. Maar het beschrijft het laagste van drie niveaus, en dat is uitgerekend het niveau waar AI nu doorheen gaat.

Twee manieren waarop een idee rondgaat: jij brengt het zelf rond, of anderen vertellen het door

Eén vraag, en je weet waar je staat

Pak je beste stuk van dit jaar er even bij. De post, het artikel, het rapport, de presentatie die goed viel.

En stel jezelf dan deze vraag. Wat gebeurde ermee toen jij er zelf niets meer mee deed?

Bij de meeste mensen is het antwoord gewoon: niks. Het bereik zakte de dag erna weg. Er kwam een reactie van iemand die je toch al kende. En daarna werd het stil, tot je zelf weer iets plaatste.

Dat is het verschil tussen iets zelf blijven delen en doorverteld worden.

Zelf delen kost je elke keer opnieuw iets. Tijd, een kanaal, een budget dat elke maand weer op tafel moet. Stop je ermee, dan is het diezelfde week stil. Het loopt dus precies zo lang als jij loopt.

Doorverteld worden is iets anders. Iemand die jij nooit hebt gesproken gebruikt jouw woorden in een vergadering waar jij niet bij bent. Dat gaat door terwijl jij aan iets anders werkt.

Moet jij het zelf blijven delen, dan is het jouw campagne. Vertellen anderen het door, dan is het hun overtuiging geworden.

En eerlijk, ik erger me aan hoe makkelijk het woord thought leadership op dat eerste wordt geplakt. Goede stukken, netjes gemaakt, en volledig afhankelijk van degene die op plaatsen drukt.

Wat er vandaag op pagina één van Google staat

Ik heb het op 15 september 2026 even opgezocht. Dit zijn de eerste vijf Nederlandse resultaten op "wat is thought leadership", met de zin waarmee ze het uitleggen.

WieDe zin waarmee het wordt uitgelegd
Bright Digital"Thought leadership betekent dat een persoon of een bedrijf wordt gezien als een kennisleider binnen een bepaald vakgebied."
Cross"Thought leadership is het proces van het positioneren van je organisatie als expert binnen jouw specifieke vakgebied."
b2bmarketeers"Thought leadership is een visie binnen de marketingstrategie die uitgaat van de inhoudelijke kennis, binnen de organisatie op een specifiek vakgebied."
Online Marketing Agency"Thought leaders zijn personen, bedrijven of organisaties die binnen hun vakgebied een leidende en onderscheidende positie innemen."
Leadi"Thought leadership draait namelijk om het overdragen van kennis."

Vijf partijen, vijf keer dezelfde gedachte. Kennisleider. Expert. Autoriteit. Een positie in je vakgebied. Valt je op wat er niet staat?

Dit is geen aanval op die bureaus. De definitie klopt, en voor veel bedrijven werkt hij ook. Je wordt er zichtbaar van, mensen gaan je vertrouwen, en je verkoopgesprek wordt korter.

Maar het beschrijft één laag. En omdat we alles op één hoop gooien, ziet bijna niemand dat er daarboven nog twee liggen. Dus gaat het gesprek over hoe vaak je post, en niet over waar je het over hebt.

Het woord zegt zelf wat het betekent

Thought leader. Iemand die leidt in het denken.

Niet iemand die zichtbaar is. Niet iemand die veel publiceert. Iemand wiens manier van denken door anderen wordt overgenomen.

Dat is de letterlijke betekenis, en die zijn we onderweg kwijtgeraakt in marketingtaal. Zonde, want er zit een maat in die je niet zelf kunt invullen. Leiden zie je aan anderen, niet aan jezelf.

Daarom gebruik ik één zin. Die is streng, en dat is de bedoeling.

Thought leadership is dat jouw manier van denken door anderen wordt gebruikt terwijl jij er niet bij bent.

Alles wat daaronder zit is zichtbaarheid. Prima om te doen, maar het is iets anders, en het wordt de komende jaren een stuk goedkoper.

De handelaar op het plein, en wie de openingstijden bepaalt

Om dat verschil te zien heb je een beeld nodig dat je de rest van dit stuk bij je houdt.

Stel je een marktplein voor. Daar staan de kramen en daar wordt het werk gedaan. Iedereen doet zijn best: betere waar, vriendelijker bediening, een mooiere kraam dan de buurman. Wie het goed doet verdient een goede boterham. Wie het heel goed doet wordt de drukste kraam van het plein.

Op de heuvel erboven staat een kasteel. Daar wordt niet onderhandeld over prijzen. Daar is ooit bepaald hoe laat de markt opengaat, welke maten en gewichten gelden en wie er een kraam mag neerzetten.

De handelaren op het plein onderhandelen over prijzen. De mensen in het kasteel bepalen wat er te onderhandelen valt.

Dat is het verschil tussen meespelen en de spelregels bepalen.

Je kunt meespelen in een markt waarvan iemand anders de regels heeft geschreven, en dat is wat vrijwel iedereen doet. Wie het slim aanpakt speelt beter mee dan de rest. Of je schrijft zelf de regels waar de markt zich aan gaat afmeten, en dan win je de meeste rondes gewoon, want de wedstrijd is op jouw maat gesneden.

Even voor de duidelijkheid, want dat kasteel wordt vaak verkeerd begrepen. Het is geen macht en het is geen gracht tegen klanten. Het is structuur. Een eigen manier van kijken, met eigen woorden en een eigen maat, zo helder neergezet dat de rest zich er vrijwillig naar richt. Niemand wordt ergens toe gedwongen. Het werkt gewoon beter dan wat er stond.

Het marktplein waar iedereen aan dezelfde wedstrijd meedoet, en het kasteel waar de regels worden geschreven

En dan komt de vraag die erbij hoort. In wiens kasteel meten jouw klanten zich op dit moment af?

Weet je dat niet binnen dertig seconden, dan sta je dus in de markt van iemand anders. Dat is niet erg, want daar staat bijna iedereen. Het verklaart wel waarom je elk jaar opnieuw moet vechten om dezelfde opdracht.

De drie niveaus van thought leadership

Kijk je vanuit die letterlijke betekenis, dan vallen er drie vormen uiteen. Drie manieren waarop iemands denken anderen leidt, oplopend in kracht en in zeldzaamheid.

Het zijn geen betere en slechtere mensen. Het zijn andere posities, en ze verschillen op één punt: wie het werk doet als jij er niet bent. Scroll er even doorheen, dan zie je waar jouw werk vandaag zit.

De expertDe visionairDe market maker
Niveau 1

De expert

De expert leidt binnen het denken dat er al is. Hij weet meer dan zijn vakgenoten, hij deelt het met een vaste regelmaat, en daarom is hij de naam die je noemt als iemand een vraag heeft.

De fiscalist die elke maand uitlegt wat er verandert. De SEO-specialist die elk algoritme uit elkaar trekt. De HR-expert met zijn jaarlijkse arbeidsmarktrapport. Hier gaan die vijf definities over, en het is een echte positie. Je wordt gevonden, je wordt gebeld, en je wint werk dat anders naar iemand anders was gegaan.

Wat hij niet doet: bepalen waaraan zijn markt zichzelf afmeet. Hij is de beste kraam op een plein waar iemand anders de openingstijden heeft bedacht.

FiscalistenVakexpertsHR-specialistenSEO-consultants
Niveau 2

De visionair

De visionair voegt iets toe aan het denken van zijn vak. Een model, een term, een manier van kijken waardoor collega's hun eigen werk anders zien.

Hij wordt niet alleen geciteerd om wat hij zegt, maar om wat hij heeft bedacht. Het gaat ook anders rond dan bij de expert: niet via advertenties, maar via collega-denkers die het overnemen.

Wat ook hij niet doet: de maat leveren waarlangs de hele markt zichzelf legt. Hij maakt het gesprek rijker. Hij heeft het gesprek niet ingericht.

Rutger BregmanMathieu WeggemanBrené BrownDaniel Pink
Niveau 3

De market maker

De market maker levert die maat wel. Hij brengt een manier van denken die het oude niet aanvult maar vervangt.

Zijn woorden worden gebruikt door mensen die hem niet kennen, zijn maat wordt gehanteerd door bedrijven die hem nooit hebben ingehuurd, en zijn principe wordt geciteerd in vergaderingen waar hij niet bij zit.

Vraag een willekeurige marketeer hoe je een bedrijfsmodel op één vel tekent. Hij pakt het canvas van Osterwalder. Zonder erbij na te denken, en zonder de naam te noemen.

OsterwalderReichheldSinekTony’s ChocolonelyB Corp
NiveauWat de rol doetWat het oplevertHoe het zich verspreidt
De expertKennis delenReputatieVia kanalen die jij bedient
De visionairHet denken verrijkenStatus als denkerVia collega-denkers
De market makerHet denken leidenDe positie van de markt zelfVia mensen die je nooit ontmoet

Kijk even naar die laatste kolom, want daar zit het hele verschil. Niet in hoe slim iemand is. In wie het werk doet als jij er niet bent.

Doe de test: op welk niveau werk jij vandaag

Acht vragen. Ze gaan niet over hoe goed je bent, maar over wat anderen met jouw werk doen.

Op welk niveau werk jij vandaag?

Zet aan wat op jou van toepassing is. Er wordt niets verstuurd en niets opgeslagen, en er komt geen mailveld.

    De meeste mensen die dit invullen blijven op het eerste niveau steken, en dat zegt niks over hun karakter. Het komt doordat het werk zo is georganiseerd: er wordt gepland wat er gepubliceerd moet worden, en nergens staat wie de regel bedenkt waar het over gaat.

    Let ook even op de laatste twee vragen. Die gaan als enige niet over jou maar over wat anderen met je werk doen, en daar zakt bijna iedereen af. Je kunt jarenlang goed werk afleveren en toch nooit het punt bereiken waarop iemand anders het oppakt, gewoon omdat er niets ligt om op te pakken.

    Hoe komen jouw klanten eigenlijk binnen?

    Er is nog een manier om hiernaar te kijken, en die is praktischer. Kijk niet naar wat je maakt, maar naar hoe het werk binnenkomt.

    Zet twee dingen tegen elkaar af. Hoeveel mensen in jouw markt kennen je, en hoe sterk zit je in hun hoofd bij het probleem dat je oplost. Dan vallen er vier posities uit, en in elke positie groei je op een andere manier.

    PositieZo komt het werk binnenWaar het stopt
    De generalistGunning. Iemand in een netwerk wijst je aanBij het aantal mensen dat je persoonlijk kent
    De expertDoorverwijzing. Tevreden klanten sturen anderenBij de kring die je al kent, want daarbuiten weet niemand van je
    De influencerContent. Zolang je post, komt er iets binnenBekend bij iedereen, eerste keus bij niemand
    De thought leaderAnderen verspreiden jouw manier van kijkenHier zit geen grens, want het werk gebeurt zonder jou

    De eerste drie groeien door wat jij doet. De vierde groeit door wat anderen met jouw werk doen, en dat is het verschil in één zin. In welke van de vier herken je jezelf?

    De route die het vaakst werkt loopt van expert naar thought leader. Je hebt de inhoud al, je mist alleen de vorm waarin anderen hem kunnen meenemen.

    De route die het vaakst misgaat loopt van expert naar influencer. Meer posten, meer kanalen, meer aanwezig zijn. Je bereik groeit, je voorkeur niet, en je zit vast aan een tredmolen die stopt zodra jij stopt.

    Vier posities: de generalist groeit op gunning, de expert op doorverwijzing, de influencer op content, de thought leader op anderen

    Wat het dus niet is

    Drie dingen worden er vaak mee verward. Alle drie zijn ze op zichzelf nuttig, en dat maakt het onderscheid juist lastig.

    Het eerste is persoonlijke zichtbaarheid. Elke week posten, een vaste rubriek, een gezicht bij het bedrijf. Dat werkt, en ik raad het iedereen aan, want dezelfde tekst haalt onder jouw naam tien keer zoveel mensen als op de bedrijfspagina. Maar dan heb je aandacht, en nog geen idee dat iemand van je kan overnemen. Wie zichtbaar is zonder dat er iets te volgen valt, wordt bekend zonder richting.

    Het tweede is een visiedocument. Een mooi verhaal over waar de markt heen gaat, meestal een jaar geldig, daarna een pdf die niemand meer opent. Een visie vertelt wat er gaat gebeuren. Een spelregel vertelt iemand wat hij morgen anders moet doen. En dat verschil bepaalt of het wordt doorverteld.

    Het derde is inhoudelijke autoriteit. Veel weten, veel uitleggen, en daardoor gebeld worden. Dat is het eerste niveau, en het is een prima plek om te staan. Alleen wordt het zwaarder om daar alleen van te leven, want de kennis die jij deelt is dezelfde kennis die een model in een seconde samenvat.

    Waar het niveau van de expert ophoudt

    Er is niks mis met dat eerste niveau. Het heeft alleen een grens, en die zit niet in hoe hard je werkt.

    Je speelt een spel waarvan iemand anders de regels heeft geschreven. Je kunt beter zijn, sneller, vriendelijker, goedkoper, en je wordt beoordeeld langs een maat die je niet zelf hebt gemaakt. Wat dat kost als niemand je kent voordat het gesprek begint, heb ik eerder uitgerekend.

    Dat werkte prima zolang uitvoering schaars was. Wie beter kon schrijven, mooier kon ontwerpen of sneller kon leveren, had daar jaren plezier van.

    Je ziet het aan hoe een opdracht binnenkomt. Er ligt een lijstje met drie namen, de vraag is wie het voor die prijs en op die termijn kan, en jij mag laten zien dat jij dat bent. Dat gesprek gaat over uitvoering, en het wordt elk jaar opnieuw gevoerd met dezelfde drie namen erop.

    Die schaarste is weg. En dat is precies wat er de afgelopen twee jaar is gebeurd.

    Wat AI met het aanbod doet

    Iedereen heeft nu hetzelfde gereedschap.

    Een eenmanszaak maakt vandaag materiaal dat vijf jaar geleden alleen bij een groot bedrijf vandaan kwam. Een vakman met AI is binnen een week productief tegen een tarief waar geen bureau tegenop kan. De analyse die een week kostte, kost nu een middag.

    Daarmee loopt de marge op "wij doen het beter" naar nul. Niet morgen, wel binnen een paar jaar in de meeste markten.

    Kijk maar naar wat er met content gebeurt. Het aantal stukken over jouw onderwerp gaat omhoog, het gemiddelde stuk wordt beter, en het verschil tussen die stukken wordt kleiner. Een whitepaper bewijst niks meer, want iedereen kan er vanmiddag drie laten maken. Wat blijft er dan over waarmee je je onderscheidt?

    En die expert-positie staat of valt met dat bewijs. Daar zit het probleem.

    Wat je maakt is niet meer schaars. Wat je vastlegt in het hoofd van een markt wel.

    Wat AI met de vraagkant doet

    De tweede beweging is groter, en hij gaat sneller dan de meeste directies doorhebben.

    Je koper stelt zijn eerste vraag niet meer aan jou, en steeds minder aan Google. Hij stelt hem aan een model, en dat model geeft één antwoord terug in plaats van tien blauwe links.

    Vraag zo'n model maar eens hoe je een markt beoordeelt, welke aanpak deugt, waar je op moet letten bij een leverancier. Je krijgt geen lijst met bureaus. Je krijgt een manier van denken, met hier en daar een naam erbij.

    Die naam is niet van degene die het vaakst heeft gepubliceerd. Hij is van degene wiens denken is overgenomen. Wiens model door anderen is gebruikt, geciteerd en uitgelegd, op plekken waar hij zelf niet bij was.

    Wie schrijft wat die andere vier ook schrijven, komt in dat antwoord niet voor. Er is geen reden om hem te noemen.

    En dat is waarom de vraag uit het begin van dit stuk ineens geld waard is. Doorverteld worden was altijd al sterker dan zelf blijven delen. Nu is het ook nog het enige signaal dat een machine kan zien.

    Waar je koper zijn eerste vraag stelt: vroeger bij de leverancier, nu bij een model dat één antwoord geeft

    Waarom dit de sterkste vorm van marketing is

    Er hoort een getal bij, en dat is ongemakkelijk scherp.

    76%

    Play Bigger heeft vrijwel alle Amerikaanse durfkapitaal-startups tussen 2000 en 2015 doorgerekend. De partij die de categorie bepaalt pakt ongeveer 76 procent van de marktwaarde in die categorie. Alle anderen samen delen de rest.

    Bron: Play Bigger, Lochhead, Ramadan, Peterson en Maney, 2016.

    Dat is geen beloning voor de beste uitvoering. Het is een beloning voor de partij waar de rest zich naar is gaan richten.

    Er is nog een meting die dezelfde kant op wijst. Eddie Yoon en Linda Deeken keken voor Harvard Business Review tien jaar lang naar de Fortune-lijsten. Bedrijven die een categorie maakten kregen 5,60 dollar aan marktwaarde per dollar omzetgroei. De snelste groeiers die geen categorie maakten kregen 3,40 dollar voor diezelfde dollar.

    Zelfde groei, bijna twee keer zo veel waarde. En dat verschil zit niet in het werk. Het zit in de vraag of de markt jouw manier van denken gebruikt om de rest te beoordelen.

    Dan is er nog een reden die dichter bij je eigen week ligt. Marketing die jij zelf moet blijven delen kost elke maand opnieuw geld, en draai je de kraan dicht, dan is je bereik binnen een week weg. Een manier van denken die is overgenomen doet het omgekeerde: die wordt doorverteld door mensen die er zelf iets aan hebben, en hij groeit terwijl jij aan iets anders werkt.

    Je betaalt de opbouw één keer. Het delen doen anderen.

    76 procent van de marktwaarde gaat naar de partij die de categorie bepaalt, de rest deelt 24 procent

    Acht soorten spelregels, en je hebt er maar één nodig

    Hier wordt het concreet, want "een manier van denken" klinkt als iets voor in een boekenkast.

    Wat je bouwt is een spelregel waarmee iemand morgen beter werk kan afleveren dan gisteren. Geen mening over de markt, maar iets wat iemand oppakt en gebruikt. Daar bestaan acht soorten van, en in de praktijk kies je er één om mee te beginnen.

    Acht soorten, één om mee te beginnen

    Klik een soort aan en je ziet wat hij verandert, met twee voorbeelden van iemand die hem heeft neergezet.

    Let even op wat die acht gemeen hebben. Je kunt ze alle acht gebruiken zonder de bedenker te bellen.

    Dat is geen bijzaak, dat is het hele mechanisme. Een idee dat alleen werkt als jij het komt uitleggen is een dienst. Een idee dat iemand zelf kan toepassen gaat vanzelf verder. Dus de vraag bij alles wat je maakt is: kan iemand hier morgen zonder mij mee aan de slag?

    En daar hoort een vervelende kant bij. Je moet iets weggeven waar je nu voor betaald wordt. Het canvas van Osterwalder is gratis. De vraag van Reichheld is gratis. En precies daarom liggen ze in elke vergaderzaal.

    Vier mensen die het hebben gedaan

    Theorie is aardig. Wat je hier nodig hebt zijn mensen die het werkelijk hebben neergezet, met een datum en een ding dat je kunt aanwijzen.

    Fred Reichheld, en de vraag die directies rapporteren

    Reichheld werkte sinds 1977 bij Bain en deed jarenlang onderzoek naar klantloyaliteit. Daar hebben duizenden consultants verstand van. Hij deed er iets mee wat bijna niemand doet: hij bracht het terug tot één vraag.

    Fred Reichheld, partner bij Bain & Company, bracht het terug tot deze ene zin.

    Hoe waarschijnlijk is het dat je ons zou aanbevelen aan een vriend of collega?

    Fred ReichheldBain & Company, in Harvard Business Review, december 2003

    Antwoord op een schaal van 0 tot 10. Trek het percentage lage cijfers af van het percentage hoge, en je hebt een getal.

    Hij publiceerde het in december 2003, onder een kop die geen ruimte laat: The One Number You Need to Grow.

    En kijk dan wat er daarna gebeurde. Hij bleef er twintig jaar aan bouwen, met boeken in 2006, 2011 en 2021, en met Bain als organisatie die het droeg. Er ontstond een hele markt van software eromheen, gemaakt door bedrijven die hem nooit hebben gesproken.

    Vandaag rapporteren directies dat cijfer alsof het een boekhoudregel is. Elk bedrijf dat de score gebruikt, gebruikt zijn werk, zonder dat er ooit een factuur van hem op tafel komt.

    Alexander Osterwalder, en het vel dat hij weggaf

    Osterwalder promoveerde in Lausanne op een manier om bedrijfsmodellen te beschrijven. Samen met Yves Pigneur bracht hij dat terug tot negen vakken op één vel papier.

    Dat was tegen de gewoonte in. Een ondernemingsplan besloeg vijftig tot honderd pagina's die niemand las. Zijn vel paste op tafel en je kon het met een groep invullen.

    Het boek kwam in 2010 en is in meer dan dertig talen vertaald. Het vel zelf gaf hij vanaf dag één gratis weg onder een open licentie. En dat is precies de stap waar de meeste ondernemers op afhaken.

    Wat Reichheld en Osterwalder hebben weggegeven, en wat het daarna deed

    En wat heeft dat weggeven hem opgeleverd? Het canvas staat in het lesmateriaal van vrijwel elke business school ter wereld. Duizenden trainers werken ermee, en de meesten hebben hem nooit ontmoet. Zijn bedrijf Strategyzer verkoopt de software, de trainingen en de certificering eromheen.

    Hij werkt sinds 2010 minder dan twintig dagen per maand aan dat canvas. En het canvas wordt elke werkdag duizenden keren gebruikt.

    Teun van de Keuken, en de aangifte tegen zichzelf

    Dit is het Nederlandse voorbeeld waar ik het vaakst naar terugga, omdat het de volgorde laat zien die bijna iedereen omdraait.

    In 2003 deed Teun van de Keuken, journalist bij Keuringsdienst van Waarde, op televisie aangifte tegen zichzelf. Hij had chocolade gegeten waarvan hij wist dat er kinderarbeid in de keten zat, en dat maakt je volgens de wet medeplichtig. De rechter wees de zaak af.

    Wat overbleef was een uitspraak waar hij zijn werk aan ophing: chocolade zonder slavernij hoort normaal te zijn, geen bijzonderheid.

    En pas daarna kwam het bedrijf. De ongelijk verdeelde reep, waarmee je in je hand voelt waar het over gaat. Vijf inkoopregels die ze openbaar maakten. De Open Chain, waar ook concurrenten aan mee mogen doen. En elk jaar een rapport waarin ze zelf opschrijven waar ze het niet hebben gehaald.

    Het gevolg is dat andere chocolademakers door klanten en winkels wordt gevraagd of ze hun bonen kunnen traceren. Daar hoeft Tony's geen advertentie voor te kopen.

    Hier zie je de volgorde die ik bedoel. Bij Tony's heeft de regel het bedrijf voortgebracht, en niet andersom. De man die begon was journalist en wist niks van chocolade maken.

    Eric Ries, en het vocabulaire van een hele beroepsgroep

    Ries was medeoprichter van een bedrijf dat hij bijna naar de knoppen hielp door te bouwen wat niemand nodig had. Daar hield hij een werkwijze aan over, en die begon hij op te schrijven op een blog.

    In 2011 kwam het boek, en daarin stonden de woorden die zijn vak sindsdien gebruikt. Een eerste versie die net genoeg doet om iets te leren. Een draai die je maakt als de meting je ongelijk geeft. Leren dat pas telt als het is getoetst.

    Twee jaar later stond hij op het derde niveau. Honderden bureaus werken vandaag met zijn woorden, en het gros heeft nooit een cent aan hem betaald.

    Dat is geen gemiste omzet, dat is het mechanisme. Elke keer dat iemand die woorden gebruikt, staat hij een seconde in het hoofd van een kamer waar hij niet is.

    En dichter bij huis

    Je hoeft de grens niet over voor voorbeelden, en je hoeft ook geen boek te schrijven.

    Coolblue maakte van een glimlach een stuurgetal. Ze meten het, ze sturen erop, en ze zetten er eigen bezorgers in eigen pakken achter. De belofte dat je vanavond nog kunt bestellen en het morgen in huis hebt, is daarna de verwachting geworden waar de hele Nederlandse retail aan moet voldoen. Ook de partijen die er niks mee te maken willen hebben.

    Picnic deed iets soortgelijks met een bakfiets. Geen bestelbus die toevallig bij jou in de straat staat, maar een vaste route per wijk. Dat is een werkwijze, geen campagne, en hij staat elke dag zichtbaar in de straat.

    Booking bouwde een beoordelingscijfer met een decimaal achter de komma. Dat cijfer is de schaal geworden waarop reizigers hotels met elkaar vergelijken, ook op sites waar Booking niks mee te maken heeft.

    Drie Nederlandse bedrijven, drie verschillende soorten spelregels. En geen van drieën hoeft erbij te zijn als hun maat wordt gebruikt.

    Wat ze precies hebben achtergelaten

    Het wordt pas echt duidelijk als je naast elkaar zet wat zo iemand fysiek in zijn markt heeft achtergelaten. Niet de boodschap, maar het ding dat anderen zijn gaan gebruiken.

    WieHet voorwerpSoortWat de markt ermee doet
    Alexander OsterwalderNegen vakken op één velDe werkwijzeHet standaardvel waarop een model wordt uitgetekend, op elke business school
    Fred ReichheldEén vraag, schaal 0 tot 10De meetlatEen cijfer dat in directiekamers wordt gerapporteerd als een boekhoudregel
    Simon SinekDe vraag waarom je bestaatHet principeDe volgorde waarin merken hun eigen verhaal opschrijven
    Brian Halligan en Dharmesh ShahHet woord inboundDe taalDe naam waarmee een generatie marketeers haar vak beschrijft
    Tony’s ChocolonelyDe Open Chain, met regels voor iedereenHet keurmerkCacao zonder slavernij werd de maat, en niet langer een extraatje
    B CorpEen certificering met puntenHet keurmerkBedrijven meten zichzelf eraan af, ook zonder aanvraag
    CoolblueVoor 23:59 besteld, morgen geleverdDe latDe verwachting waar de hele Nederlandse retail aan moet voldoen
    Eric RiesMVP, pivot, validated learningDe taalHet vocabulaire van vrijwel elk productteam
    Clayton ChristensenDisruptie, jobs to be doneDe taalVaste begrippen in elke strategiediscussie
    VolvoDe driepuntsgordel, patent weggegevenDe latElke fabrikant wordt sindsdien op veiligheid beoordeeld

    Kijk even naar de tweede kolom. In alle tien de gevallen is het een voorwerp: een vel, een vraag, een woord, een telling, een set regels, een stuk techniek. Geen van de tien is een campagne, en geen van de tien heeft de bedenker nodig om te werken.

    En kijk dan naar de vierde kolom, want daar zit het rendement. De markt is het gaan gebruiken, en gebruikt het nog steeds in kamers waar de bedenker allang niet meer komt.

    Tien van deze voorbeelden heb ik apart uitgeschreven, met per stuk wat er voor die tijd normaal was en hoe lang het duurde. Dat staat in tien voorbeelden van thought leadership.

    Hoe je ziet of het werkt

    Hier gaat het bij de meeste programma's mis, want er wordt op de verkeerde dingen gelet.

    Vier cijfers die je niks vertellen: je aantal volgers, je likes en weergaven, het aantal keren dat je op een podium stond, en de keren dat de pers je belde. Ze voelen als vooruitgang. Maar wat meten ze eigenlijk? Alleen wat jij er zelf in hebt gestopt.

    Dit zijn de zes signalen die wel iets zeggen, in de volgorde waarin ze meestal komen.

    1. Klanten stellen een andere vraagZe vragen niet meer wat je kost, maar of jij het op jouw manier wilt doen. Dit komt vaak al in het eerste jaar.
    2. Concurrenten gaan zich tot jou verhoudenZe noemen je niet, en ze leggen wel uit waarom zij het anders doen.
    3. Anderen gebruiken jouw woorden zonder bronIn een offerte, een vacature, een presentatie. Dit is geen diefstal, dit is de doorbraak.
    4. Er verschijnen versterkers die je niet hebt gevraagdIemand bouwt een sjabloon, geeft een training, of schrijft een stuk over jouw manier van werken.
    5. Je wordt verkeerd geciteerdVervelend, en het beste bewijs dat er is. Het idee is groter geworden dan jouw uitleg.
    6. Het werk komt naar je toeZonder pitch, zonder shortlist, met de vraag of je nog plek hebt.

    Blijven die signalen na anderhalf tot twee jaar uit, dan zit het bijna altijd in een van drie dingen. Je regel is niet onderscheidend genoeg, je hebt hem in te weinig vormen gegoten waarin anderen hem kunnen meenemen, of je deelt hem op plekken waar jouw markt niet kijkt.

    Hoe je eraan begint

    Dit is geen project van een jaar en ook geen middagje. De volgorde doet er meer toe dan het tempo, want de meeste mensen beginnen bij stap vier en vragen zich daarna af waarom er niks blijft hangen.

    1Kies waar je boos van wordt

    Iets in je markt dat aantoonbaar beter kan en dat je dagelijks ziet. Zonder die wrijving wordt het een mening.

    2Schrijf de regel op

    Eén zin die zegt wat er niet normaal is, en één die zegt wat wel normaal zou moeten zijn. Met een grens erin.

    3Maak er een voorwerp van

    Een vel, een vraag, een telling, een lijst. Iets wat iemand zonder jou kan oppakken.

    4Geef het weg

    Zonder formulier en zonder gesprek erachter. Dit is de stap waar het meestal stukgaat.

    5Herhaal het tot het saai wordt

    Bij jou is het na tien keer saai. Bij je markt begint het dan pas te landen.

    6Tel wie het gebruikt

    Niet je bereik, maar hoe vaak iemand anders jouw woorden gebruikt zonder jou te noemen.

    Die laatste stap is meteen je maat. Bereik vertelt je hoeveel jij zelf hebt gedeeld. Het aantal keren dat iemand anders jouw regel gebruikt vertelt je of het werkt.

    Hoe lang dit duurt

    Eerlijk zijn over de tijd hoort erbij, want daar wordt veel onzin over verteld.

    Reichheld deed er 26 jaar over voordat hij wist welk artikel waar moest staan. Osterwalder werkte zestien jaar aan een model dat hij aan het begin niet had. Apple deed er 31 jaar over. Leg je de bekende voorbeelden naast elkaar, dan kom je op gemiddeld twaalf tot vijftien jaar.

    Dat is het slechte nieuws. En het is niet meer het hele verhaal, want er is iets veranderd.

    Onderzoek van Play Bigger laat zien dat de bedrijven die vandaag een categorie bepalen 2,8 tot 3,1 keer sneller bij een halve miljard marktwaarde komen dan hun voorgangers in 2000. Wat in 2010 een team van vijf mensen en maanden werk kostte, is nu een taak van weken.

    Reken in jouw eigen tempo op één tot drie jaar voordat je zichtbaar bent op je onderwerp, en drie tot vijf jaar voordat anderen jouw woorden gebruiken zonder je te noemen. Dat is lang. Het is ook de enige investering in marketing die niet verdwijnt op het moment dat je stopt met betalen.

    Vragen die hierover binnenkomen

    Een paar vragen die ik hier het vaakst over krijg, in de mail en na een presentatie, met het korte antwoord erbij.

    De vraag die verreweg het vaakst komt is of dit niet gewoon een duur woord is voor zichtbaarheid. Dat snap ik, want zo wordt het meestal gebruikt. En het antwoord staat in dit hele stuk: zichtbaar zijn is wat jij doet, en leiden in het denken is wat anderen met jouw werk doen.

    De tweede die vaak komt gaat over tijd. Mensen willen weten of ze hier drie jaar aan vastzitten, en meestal zit er een andere vraag onder: of het op te brengen is naast het werk dat er al ligt. Ook dat antwoord staat hieronder, en het is eerlijker dan je zou willen. Verder staan er vijf vragen die ik na een presentatie het vaakst uit de zaal krijg.

    Vragen die hierover binnenkomen

    Wat is thought leadership?

    Thought leadership is dat jouw manier van denken door anderen wordt gebruikt terwijl jij er niet bij bent. Niet dat je zichtbaar bent, en niet dat je veel publiceert. Het woord zegt het zelf: een thought leader is iemand die leidt in het denken.

    De toets is één vraag. Vertellen anderen jouw idee door als jij er niet bij bent, of houdt het op zodra jij ophoudt met posten?

    Wat is het verschil tussen een expert en een thought leader?

    De expert leidt binnen het denken dat er al is. Hij weet meer dan zijn vakgenoten, deelt dat met een vaste regelmaat, en wordt daarom gebeld. Zijn werk gaat rond via kanalen die hij zelf betaalt of zelf bedient.

    De thought leader levert de maat waar de markt zichzelf langs legt. Zijn woorden worden gebruikt door mensen die hem niet kennen, en dat loopt door als hij een maand niks doet.

    Is thought leadership hetzelfde als personal branding?

    Nee. Personal branding gaat over bekend worden, thought leadership over overgenomen worden. Je kunt heel bekend zijn zonder dat iemand jouw manier van kijken gebruikt, en dat is precies de val van de influencer: bekend bij iedereen, eerste keus bij niemand.

    Wat zijn voorbeelden van thought leadership?

    Kijk naar wat iemand fysiek in zijn markt heeft achtergelaten. Alexander Osterwalder met negen vakken op één vel. Fred Reichheld met één vraag aan de klant op een schaal van 0 tot 10. Simon Sinek met de vraag waarom je bestaat. Tony's Chocolonely met de Open Chain, waar ook concurrenten aan mee mogen doen.

    Dichter bij huis: Coolblue maakte van een glimlach een stuurgetal, Picnic van een bakfiets per wijk een werkwijze, en Booking van een cijfer met een decimaal de schaal waarop de markt hotels vergelijkt.

    Hoe begin je met thought leadership?

    Kies iets in je markt waar je boos van wordt omdat het beter kan. Schrijf op wat je niet normaal vindt, en wat wel normaal zou moeten zijn. Maak daar een voorwerp van: een vel, een vraag, een telling, een lijst met regels.

    Geef dat weg, zonder formulier en zonder gesprek erachter, en herhaal het tot jij het saai vindt. Dan begint het bij je markt pas te landen.

    Hoe lang duurt het voordat het werkt?

    Reken op één tot drie jaar voor je zichtbaar bent op je onderwerp, en drie tot vijf jaar voor anderen jouw woorden gebruiken zonder je te noemen. De bekende voorbeelden deden er gemiddeld twaalf tot vijftien jaar over.

    Dat gaat vandaag sneller. Onderzoek van Play Bigger laat zien dat de bedrijven die nu een categorie bepalen 2,8 tot 3,1 keer sneller bij een halve miljard marktwaarde komen dan hun voorgangers in 2000.

    Wat dit voor jou betekent

    Thought leadership is geen ander woord voor zichtbaarheid. Zichtbaarheid is de bodem. En die bodem haalt vandaag iedereen, met hetzelfde gereedschap.

    Leiden in het denken is iets anders. Het betekent dat een markt jouw manier van kijken gebruikt om zichzelf te beoordelen, ook in de kamers waar jij nooit binnenkomt. Dat was altijd al de sterkste plek in een markt. Nu uitvoering goedkoop is geworden en je koper zijn eerste vraag aan een machine stelt, is het de enige die niet te kopiëren valt.

    Een product wordt verkocht door verkopers die je betaalt. Een idee wordt doorgegeven door mensen die je nooit zult ontmoeten.

    Robert van Geenhuizenuit Van Market Player naar Market Maker

    In mijn boek noem ik die plek de market maker, en in onze eigen taal de normzetter. Hoe je het ook noemt, de toets blijft die ene vraag uit het begin.

    Vertellen anderen het door als jij er niet bij bent?

    Onderdeel van de serie

    Het vak

    De begrippen uit ons eigen vak, uitgelegd zoals ze werkelijk werken. Zonder jargon, met de voorbeelden erbij van mensen die het hebben gedaan.

    Geschreven door

    Robert van Geenhuizen

    Ik kijk naar markten met één vraag: waar is er te weinig van, en wie verdient daaraan. In Het vak leg ik de begrippen uit ons eigen werk uit zoals ze werkelijk werken.

    Het boek

    Dit stuk is een hoofdstuk uit een groter verhaal.

    Van Market Player naar Market Maker staat gratis online, van de eerste tot de laatste stap.

    Van Market Player naar Market Maker